4 seizoenen
Gran Canaria - Spanje
Veelzijdig als de wereld
Een miniatuurcontinent, zo wordt Gran Canaria ook genoemd. Vanwege de grote diversiteit aan landschappen en microklimaten. Dat biedt veel mogelijkheden voor wandelliefhebbers zoals jij.
- Beste tijd4 seizoenen
- Routes72 wandelingen
- Zwaarte 55+Gevarieerd
- Etappe4-12 km/d
Gran Canaria staat bekend om zijn landschappelijke variatie. Gouden duinen, grillige bergkammen, diepe ravijnen, kliffen die zich in de oceaan storten, uitgestrekte dennenbossen, subtropische valleien, hellingen met grazende geiten en schapen, het is er allemaal. Daarbij wandel je regelmatig over eeuwenoude paden die bergdorpen ooit met de kust verbonden. Je voelt de geschiedenis.
In het binnenland bepalen de Roque Nublo en Roque Bentayga het gezicht van het centrale bergland, terwijl de Pico de las Nieves tot de hoogste delen van het eiland behoort. Ook het dennenmassief van Tamadaba, de Caldera de Tejeda, de groene Barranco de la Virgen en de vulkaankrater Bandama laten zien hoe verschillend wandelen op Gran Canaria kan zijn.

Uitzicht Poris de la Candelaria
Wandelen door een vulkanisch verleden
Tijdens het wandelen zie je bijna overal wat vulkanisme, wind en water met Gran Canaria hebben gedaan. Het eiland ontstond ongeveer 14 miljoen jaar geleden door vulkaanuitbarstingen. Een kenmerkend landschapselement is de caldera: een grote, ketelvormige laagte die ontstond door vulkanische processen en later verder werd gevormd door erosie.
Vooral in het centrale bergland is dat verleden goed zichtbaar. Rond de Caldera de Tejeda rijzen grillige rotswanden en monolieten op. De 1.813 meter hoge Roque Nublo is een restant van een oude vulkaanpijp. De rots steekt zelf 65 meter boven zijn omgeving uit en was voor de oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria een heilige plek.

De Roque Nublo.
Van vochtige hellingen naar droog bergland
De bergkam door het midden van Gran Canaria vormt een duidelijke klimaatscheiding. In het noorden voert de passaatwind vochtige lucht aan, terwijl het zuiden doorgaans zonniger en droger is. Daardoor wandel je op één eiland door sterk verschillende vegetatiezones.
In het noorden kom je resten van laurierbos tegen in de Barranco de los Tilos, Barranco de Azuaje en Barranco de la Virgen. Hoger in de bergen wandel je tussen Canarische dennen. Nog verder omhoog verdwijnen de bossen geleidelijk en nemen struikgewas en door de wind gevormde brem het over.
Paden met een verhaal
Wandel je graag over paden met een verhaal, dan zit je goed op Gran Canaria. Het binnenland is ontsloten door 1.000 kilometer aan eeuwenoude paden. Na de Spaanse verovering werden de Caminos Reales aangelegd om afgelegen bergdorpen met de kust te verbinden. Over deze geplaveide ‘koninklijke paden’ trokken boeren met hun muildieren door de bergen. Een deel van het netwerk is inmiddels gerestaureerd.
Je kunt daardoor letterlijk in de voetsporen van vroegere eilandbewoners wandelen. De moeilijkheid verschilt flink. Er zijn brede en relatief eenvoudige paden, maar ook stevige bergtochten met grote hoogteverschillen. Kies je voor de zwaardere trajecten, dan krijg je te maken met smalle, steile en soms geëxponeerde passages waarvoor conditie, een vaste tred en goed oriëntatievermogen nodig zijn.

Pad van Barranco de Guayadeque naar Caldera de los Marteles.
Kiezen wordt lastig
Je grootste probleem op Gran Canaria is misschien wel kiezen. Wil je naar een van de bekendste plekken van het eiland, wandel dan rond de Roque Nublo en geniet onderweg van het uitzicht over de Caldera de Tejeda. Zoek je een tocht met historie, dan is de Camino de la Cumbre tussen Ayacata en Cruz Grande interessant. Hier wandel je over geplaveide passages langs steile rotswanden en diepe kloven.
In het noordwesten wacht weer een ander landschap. Rond Tamadaba loop je door dennenbossen, terwijl de bergwanden richting zee steil naar beneden vallen. Ook het dal van Agaete, de vulkaankrater Bandama en de verschillende barranco’s laten je andere kanten van Gran Canaria zien. Een barranco is een diep uitgesleten kloof en juist die kloven geven veel wandelingen hun ruige karakter.
Bus of basiskamp
Wil je meerdere wandelingen in het binnenland maken, dan is het handig om daar ook te overnachten. Tejeda is een goede keuze als je de centrale bergen wilt verkennen. Het dorp ligt aan de rand van de Caldera de Tejeda, met Roque Nublo en Roque Bentayga in de omgeving.
Ook Cruz de Tejeda is aantrekkelijk omdat hier verschillende wandelpaden samenkomen. Vanuit Artenara kun je richting het bergmassief van Tamadaba. Andere mogelijke uitvalsbases zijn San Bartolomé de Tirajana, Agaete en Fontanales. Zelfs vanuit Las Palmas kun je dankzij busverbindingen verschillende wandelgebieden bereiken.

Tejada.
Wanneer ga ik?
Je kunt op Gran Canaria het hele jaar wandelen. Van november tot maart is het weer wel minder stabiel en in de hoogste delen kan op enkele dagen zelfs sneeuw vallen.
Wil je het centrale bergland op zijn kleurrijkst zien, dan is eind januari interessant vanwege de bloeiende amandelbomen. In maart en april komt veel andere vegetatie tot bloei.
Houd in de bergen altijd rekening met snelle weersveranderingen. Bewolking kan plotseling het zicht beperken. Zware winterse regen kan onverharde paden glad maken en voor steenslag zorgen. Op de bergkammen kunnen bovendien stevige windvlagen voorkomen.